Vertaling van aanbevelen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aanbevelen, aantekenen, recommanderen {ww.}
aanbevelen
aantekenen
recommanderen {ww.}

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen

Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
aanbevelen, bevelen, toevertrouwen {ww.}
aanbevelen
bevelen
toevertrouwen {ww.}

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen

Kunt u mij een hotel aanbevelen?
Kunt u mij een hotel aanbevelen?
aanbevelen, recommanderen, aanprijzen {ww.}
aanbevelen
recommanderen
aanprijzen {ww.}

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen

ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik kan dit restaurant aanbevelen.

Ik kan dit restaurant aanbevelen.

Ik kan een goed hotel aanbevelen.

Ik kan een goed hotel aanbevelen.

Kunt u mij een hotel aanbevelen?

Kunt u mij een hotel aanbevelen?


Gerelateerd aan aanbevelen

aantekenen - recommanderen - bevelen - toevertrouwen - aanprijzenoverlaten - aanraden