Vertaling van aanbevelen
aantekenen
recommanderen {ww.}
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen
bevelen
toevertrouwen {ww.}
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen
recommanderen
aanprijzen {ww.}
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen
Voorbeelden in zinsverband
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
Kunt u mij een hotel aanbevelen?
Kunt u mij een hotel aanbevelen?