Vertaling van toevertrouwen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
vertrouwen, vertrouwen hebben in, toevertrouwen {ww.}
vertrouwen
vertrouwen hebben in
toevertrouwen {ww.}
vertrouwen hebben in
toevertrouwen {ww.}
ik zal toevertrouwen
ik zou toevertrouwen
jij zult toevertrouwen
ik zal vertrouwen
ik zou vertrouwen
jij zult vertrouwen
» meer vervoegingen van vertrouwen
Vertrouwen schept vertrouwen
Vertrouwen schept vertrouwen
Hij heeft mijn vertrouwen misbruikt.
Hij heeft mijn vertrouwen misbruikt.
aanbevelen, bevelen, toevertrouwen {ww.}
aanbevelen
bevelen
toevertrouwen {ww.}
bevelen
toevertrouwen {ww.}
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
ik zal aanbevelen
jij zult aanbevelen
hij/zij/het zal aanbevelen
» meer vervoegingen van aanbevelen
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan dit restaurant aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
Ik kan een goed hotel aanbevelen.
betrouwen, toevertrouwen {ww.}
betrouwen
toevertrouwen {ww.}
toevertrouwen {ww.}
ik zal betrouwen
ik zou betrouwen
jij zult betrouwen
ik zal betrouwen
ik zou betrouwen
jij zult betrouwen
» meer vervoegingen van betrouwen