Vertaling van aankleden
kleden
omkleden
aankleden {ww.}
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
ik zal staan
ik zou staan
jij zult staan
» meer vervoegingen van staan
aankleden {ww.}
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
ik zal meubileren
ik zou meubileren
jij zult meubileren
» meer vervoegingen van meubileren
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
» meer vervoegingen van aankleden
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
» meer vervoegingen van aankleden
aankleden {ww.}
ik zal aankleden
ik zou aankleden
jij zult aankleden
ik zal kleden
ik zou kleden
jij zult kleden
» meer vervoegingen van kleden