Vertaling van aanmanen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aanmanen, aanmaning {zn.}
aanmanen
aanmaning {zn.}
manen, aanmanen {ww.}
manen
aanmanen {ww.}

ik zal aanmanen
jij zult aanmanen
hij/zij/het zal aanmanen

ik zal manen
jij zult manen
hij/zij/het zal manen
» meer vervoegingen van manen

Op de manen van Jupiter zou er leven kunnen zijn.
Op de manen van Jupiter zou er leven kunnen zijn.
manen, aansporen, aanmanen {ww.}
manen
aansporen
aanmanen {ww.}

ik zal aanmanen
jij zult aanmanen
hij/zij/het zal aanmanen

ik zal manen
jij zult manen
hij/zij/het zal manen
» meer vervoegingen van manen

zetten, aanzetten, drijven, manen, aanjagen, , pramen, instigeren, aanporren, aanmanen, aandrijven, aansporen {ww.}
zetten
aanzetten
drijven
manen
aanjagen

pramen
instigeren
aanporren
aanmanen
aandrijven
aansporen {ww.}

ik zal aandrijven
ik zou aandrijven
jij zult aandrijven

ik zal zetten
ik zou zetten
jij zult zetten
» meer vervoegingen van zetten

Hij kwam ook met alweer een andere twijfelachtige conclusie aanzetten.
Hij kwam ook met alweer een andere twijfelachtige conclusie aanzetten.
Het recht tot op de spits drijven is het onrecht tot op de spits drijven
Het recht tot op de spits drijven is het onrecht tot op de spits drijven
sommeren, aanmanen {ww.}
sommeren
aanmanen {ww.}

ik zal aanmanen
jij zult aanmanen
hij/zij/het zal aanmanen

ik zal sommeren
jij zult sommeren
hij/zij/het zal sommeren
» meer vervoegingen van sommeren



Gerelateerd aan aanmanen

aanmaning - manen - aansporen - zetten - aanzetten - drijven - aanjagen - - pramen - instigeren - aanporren - aandrijven - sommerenbewerken - beproeven - opdragen