Vertaling van algemeen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
algemeen, gemeenschappelijk, gezamenlijk {bn.}
algemeen
gemeenschappelijk
gezamenlijk {bn.}
algemeen, generaal {bn.}
algemeen
generaal {bn.}
algemeen, in het groot, schetsmatig {bn.}
algemeen
in het groot
schetsmatig {bn.}
algemeen, universeel {bn.}
algemeen
universeel {bn.}
alzijdig, generaal, omnivalent, universeel, algemeen {bn.}
alzijdig
generaal
omnivalent
universeel
algemeen {bn.}
publiek, openbaar, algemeen {bn.}
publiek
openbaar
algemeen {bn.}
alles, algemeen [o] (het ~), geheel [o] (het ~), gemeen [o] (het ~), totaliteit [v] (de ~) {zn.}
alles
algemeen [o] (het ~)
geheel [o] (het ~)
gemeen [o] (het ~)
totaliteit [v] (de ~) {zn.}
Is jouw hond gemeen?
Is jouw hond gemeen?
Ze is gemeen.
Ze is gemeen.
vaag, algemeen {bn.}
vaag
algemeen {bn.}
iedereen, elkeen, algemeen [o] (het ~) {vnw.}
iedereen
elkeen
algemeen [o] (het ~) {vnw.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Over het algemeen houden kinderen van zoetigheid.

Over het algemeen houden kinderen van zoetigheid.

Japanners zijn in het algemeen beleefd.

Japanners zijn in het algemeen beleefd.

In het algemeen eet ze niet erg veel.

In het algemeen eet ze niet erg veel.

Het wordt algemeen aangenomen dat hij onschuldig was.

Het wordt algemeen aangenomen dat hij onschuldig was.

Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.

Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.

Vrouwen leven over het algemeen langer dan mannen.

Vrouwen leven over het algemeen langer dan mannen.

Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.

Over het algemeen lopen mannen sneller dan vrouwen.

Over het algemeen weet men maar weinig over niet-lineaire differentiaalvergelijkingen van de tweede orde.

Over het algemeen weet men maar weinig over niet-lineaire differentiaalvergelijkingen van de tweede orde.

De Bijbel draagt ons op om onze naasten én onze vijanden lief te hebben; waarschijnlijk omdat dat in het algemeen dezelfde personen zijn.

De Bijbel draagt ons op om onze naasten én onze vijanden lief te hebben; waarschijnlijk omdat dat in het algemeen dezelfde personen zijn.


Gerelateerd aan algemeen

gemeenschappelijk - gezamenlijk - generaal - in het groot - schetsmatig - universeel - alzijdig - omnivalent - publiek - openbaar - alles - geheel - gemeen - totaliteit - vaagiets - deel