Vertaling van totaliteit
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
totaliteit {zn.}
totaliteit {zn.}
totaal, totaalcijfer, totaliteit {zn.}
totaal
totaalcijfer
totaliteit {zn.}
totaalcijfer
totaliteit {zn.}
Hij was totaal niet tevreden.
Hij was totaal niet tevreden.
Zij is totaal niet geinteresseerd in jongens.
Zij is totaal niet geinteresseerd in jongens.
alles, algemeen , geheel , gemeen , totaliteit {zn.}
alles
algemeen
geheel
gemeen
totaliteit {zn.}
algemeen
geheel
gemeen
totaliteit {zn.}
Is jouw hond gemeen?
Is jouw hond gemeen?
Ze is gemeen.
Ze is gemeen.