Vertaling van baggeren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
baggeren {ww.}
baggeren {ww.}
ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
» meer vervoegingen van baggeren
opbaggeren, uitbaggeren, baggeren {ww.}
opbaggeren
uitbaggeren
baggeren {ww.}
uitbaggeren
baggeren {ww.}
ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
ik bagger op
jij baggert op
hij/zij/het baggert op
» meer vervoegingen van opbaggeren
ploeteren, baggeren, blubberen {ww.}
ploeteren
baggeren
blubberen {ww.}
baggeren
blubberen {ww.}
ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
» meer vervoegingen van ploeteren