Vertaling van ploeteren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
ploeteren {ww.}
ploeteren {ww.}
ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
» meer vervoegingen van ploeteren
tobben, zwoegen, ploeteren {ww.}
tobben
zwoegen
ploeteren {ww.}
zwoegen
ploeteren {ww.}
ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
ik tob
jij tobt
hij/zij/het tobt
» meer vervoegingen van tobben
peddelen, ploeteren, door het water plassen {ww.}
peddelen
ploeteren
door het water plassen {ww.}
ploeteren
door het water plassen {ww.}
ik peddel
jij peddelt
hij/zij/het peddelt
ik peddel
jij peddelt
hij/zij/het peddelt
» meer vervoegingen van peddelen
ploeteren, baggeren, blubberen {ww.}
ploeteren
baggeren
blubberen {ww.}
baggeren
blubberen {ww.}
ik bagger
jij baggert
hij/zij/het baggert
ik ploeter
jij ploetert
hij/zij/het ploetert
» meer vervoegingen van ploeteren
inspannen, ploegen, sloven, sappelen, ploeteren, beulen {ww.}
inspannen
ploegen
sloven
sappelen
ploeteren
beulen {ww.}
ploegen
sloven
sappelen
ploeteren
beulen {ww.}
ik beul
jij beult
hij/zij/het beult
ik span in
jij spant in
hij/zij/het spant in
» meer vervoegingen van inspannen