Vertaling van boog
ronding
toog {zn.}
handboog {zn.}
schietboog {zn.}
neigen
doen overhellen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
ombuigen
doorbuigen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
doorbuigen
ombuigen
zich krommen
zich buigen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
een buiging maken
nijgen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
bukken
zich bukken {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
een knik aanbrengen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
buigen
hellen
overhellen
zich bukken {ww.}
ik liep af
jij liep af
hij/zij/het liep af
ik liep af
jij liep af
hij/zij/het liep af
» meer vervoegingen van aflopen
krombuigen
krommen
verbuigen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
doorbuigen
trekken
kromtrekken
zich krommen {ww.}
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
ik boog
jij boog
hij/zij/het boog
» meer vervoegingen van buigen
Voorbeelden in zinsverband
Hij boog voor zijn leerkracht.
Hij boog voor zijn leerkracht.
Zij boog zich over het kind.
Zij boog zich over het kind.
De autoweg ging verder in een wijde boog.
De autoweg ging verder in een wijde boog.
Hij boog zich over haar en zei, "Nee, ik lieg niet."
Hij boog zich over haar en zei, "Nee, ik lieg niet."
De boog van Apollo kan niet steeds gespannen zijn
De boog van Apollo kan niet steeds gespannen zijn