Vertaling van breidel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
teugel, toom, breidel [m] {zn.}
teugel
toom
breidel [m] {zn.}
leiriem, leidsel [o] (het ~), breidel [m] (de ~), lei, teugel [m] (de ~) {zn.}
leiriem
leidsel [o] (het ~)
breidel [m] (de ~)
lei
teugel [m] (de ~) {zn.}
kortwieken, binden, knotten, knevelen, ketenen, breidelen, beknotten {ww.}
kortwieken
binden
knotten
knevelen
ketenen
breidelen
beknotten {ww.}

ik beknot
jij beknot
hij/zij/het beknot

ik kortwiek
jij kortwiekt
hij/zij/het kortwiekt
» meer vervoegingen van kortwieken



Gerelateerd aan breidel

teugel - toom - leiriem - leidsel - lei - kortwieken - binden - knotten - knevelen - ketenen - breidelen - beknottenriem - begrenzen