Vertaling van dwalen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verdwalen, afdwalen, van de weg afwijken, dwalen {ww.}
verdwalen
afdwalen
van de weg afwijken
dwalen {ww.}

ik dwaal af
jij dwaalt af
hij/zij/het dwaalt af

ik verdwaal
jij verdwaalt
hij/zij/het verdwaalt
» meer vervoegingen van verdwalen

Je zult verdwalen.
Je zult verdwalen.
Hmm. Ik heb het gevoel dat ik ga verdwalen, welke weg ik ook neem.
Hmm. Ik heb het gevoel dat ik ga verdwalen, welke weg ik ook neem.
zich vergissen, een fout maken, ernaast zitten, dwalen {ww.}
zich vergissen
een fout maken
ernaast zitten
dwalen {ww.}

ik dwaal
jij dwaalt
hij/zij/het dwaalt

ik dwaal
jij dwaalt
hij/zij/het dwaalt
» meer vervoegingen van dwalen

Zich vergissen is menselijk. Volharden is des duivels
Zich vergissen is menselijk. Volharden is des duivels
waren, zwerven, ronddwalen, ronddolen, dwalen, dolen {ww.}
waren
zwerven
ronddwalen
ronddolen
dwalen
dolen {ww.}

ik dool
jij doolt
hij/zij/het doolt

ik waar
jij waart
hij/zij/het waart
» meer vervoegingen van waren

Toms laarzen waren modderig.
Toms laarzen waren modderig.
Ze waren druk.
Ze waren druk.
ontsporen, dolen, dwalen, zondigen {ww.}
ontsporen
dolen
dwalen
zondigen {ww.}

ik dool
jij doolt
hij/zij/het doolt

ik ontspoor
jij ontspoort
hij/zij/het ontspoort
» meer vervoegingen van ontsporen

rondzwerven, zwerven, zwalken, rondtrekken, ronddolen, dwalen, dolen {ww.}
rondzwerven
zwerven
zwalken
rondtrekken
ronddolen
dwalen
dolen {ww.}

ik dool
jij doolt
hij/zij/het doolt

ik zwerf rond
jij zwerft rond
hij/zij/het zwerft rond
» meer vervoegingen van rondzwerven

ronddwalen, dolen, omdolen, dwalen {ww.}
ronddwalen
dolen
omdolen
dwalen {ww.}

ik dool
jij doolt
hij/zij/het doolt

ik dwaal rond
jij dwaalt rond
hij/zij/het dwaalt rond
» meer vervoegingen van ronddwalen