Vertaling van fixeren
bevestigen
bepalen
vastmaken
tuigeren
fixeren {ww.}
ik bepaal
jij bepaalt
hij/zij/het bepaalt
ik stel vast
jij stelt vast
hij/zij/het stelt vast
» meer vervoegingen van vaststellen
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren
aanstaren {ww.}
ik staar aan
jij staart aan
hij/zij/het staart aan
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren