Vertaling van fixeren

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
vaststellen, bevestigen, bepalen, vastmaken, tuigeren, fixeren {ww.}
vaststellen
bevestigen
bepalen
vastmaken
tuigeren
fixeren {ww.}

ik bepaal
jij bepaalt
hij/zij/het bepaalt

ik stel vast
jij stelt vast
hij/zij/het stelt vast
» meer vervoegingen van vaststellen

Bedankt voor het bevestigen van mijn vriendschapsverzoek op Facebook.
Bedankt voor het bevestigen van mijn vriendschapsverzoek op Facebook.
De vorige e-mail die ik stuurde was waarschijnlijk niet duidelijk. Je moet niets bevestigen.
De vorige e-mail die ik stuurde was waarschijnlijk niet duidelijk. Je moet niets bevestigen.
fixeren {ww.}
fixeren {ww.}

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren

fixeren {ww.}
fixeren {ww.}

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren

fixeren, aanstaren {ww.}
fixeren
aanstaren {ww.}

ik staar aan
jij staart aan
hij/zij/het staart aan

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren

fixeren {ww.}
fixeren {ww.}

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren

fixeren {ww.}
fixeren {ww.}

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert

ik fixeer
jij fixeert
hij/zij/het fixeert
» meer vervoegingen van fixeren



Gerelateerd aan fixeren

vaststellen - bevestigen - bepalen - vastmaken - tuigeren - aanstarenvaststellen - wenden - aanblikken - vasthechten - voorzien