Vertaling van genaken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
gaan naar, aanpakken, benaderen, naderen, genaken {ww.}
gaan naar
aanpakken
benaderen
naderen
genaken {ww.}

ik pak aan
jij pakt aan
hij/zij/het pakt aan

ik pak aan
jij pakt aan
hij/zij/het pakt aan
» meer vervoegingen van aanpakken

We gaan naar de bioscoop.
We gaan naar de bioscoop.
Alle kinderen gaan naar school in Japan.
Alle kinderen gaan naar school in Japan.
aankomen, naderen, naken, genaken {ww.}
aankomen
naderen
naken
genaken {ww.}

ik kom aan
jij komt aan
hij/zij/het komt aan

ik kom aan
jij komt aan
hij/zij/het komt aan
» meer vervoegingen van aankomen

De brief zal morgen aankomen.
De brief zal morgen aankomen.
Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.
Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.


Gerelateerd aan genaken

gaan naar - aanpakken - benaderen - naderen - aankomen - nakengaan - arriveren