Vertaling van gevorderd
ver {bn.}
vereisen
opeisen
vorderen
voorschrijven
vergen
eisen {ww.}
ik heb geëist
ik had geëist
ik zal geëist hebben
ik heb gerekend
ik had gerekend
ik zal gerekend hebben
» meer vervoegingen van rekenen
vorderen
vooruitgaan
vlotten
veld winnen {ww.}
ik heb opgeschoten
ik had opgeschoten
ik zal opgeschoten hebben
ik heb opgeschoten
ik had opgeschoten
ik zal opgeschoten hebben
» meer vervoegingen van opschieten
opvorderen
rekwireren {ww.}
ik heb opgevorderd
ik had opgevorderd
ik zal opgevorderd hebben
ik heb gevorderd
ik had gevorderd
ik zal gevorderd hebben
» meer vervoegingen van vorderen
vorderen
vooruitgaan {ww.}
ik ben vooruitgegaan
ik was vooruitgegaan
ik zal vooruitgegaan zijn
ik ben vooruitgekomen
ik was vooruitgekomen
ik zal vooruitgekomen zijn
» meer vervoegingen van vooruitkomen
heffen
vorderen {ww.}
ik heb geheven
ik had geheven
ik zal geheven hebben
ik heb gerekwireerd
ik had gerekwireerd
ik zal gerekwireerd hebben
» meer vervoegingen van rekwireren