Vertaling van gezwollen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gezwollen, opgeblazen, opgezet {bn.}
gezwollen
opgeblazen
opgezet {bn.}
opgeblazen
opgezet {bn.}
bombastisch, hoogdravend, pathetisch, retorisch, schreeuwerig, gezwollen, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
bombastisch
hoogdravend
pathetisch
retorisch
schreeuwerig
gezwollen
gekunsteld
gemaakt
gewrongen {bn.}
hoogdravend
pathetisch
retorisch
schreeuwerig
gezwollen
gekunsteld
gemaakt
gewrongen {bn.}
gezwollen {bn.}
gezwollen {bn.}
bombastisch, gezwollen {bn.}
bombastisch
gezwollen {bn.}
gezwollen {bn.}
opzetten, opzwellen, zwellen, uitdijen, rijzen {ww.}
opzetten
opzwellen
zwellen
uitdijen
rijzen {ww.}
opzwellen
zwellen
uitdijen
rijzen {ww.}
ik heb opgezet
ik had opgezet
ik zal opgezet hebben
ik heb opgezet
ik had opgezet
ik zal opgezet hebben
» meer vervoegingen van opzetten
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.
opzetten, gezwollen, uitzetten, zwellen, uitdijen, opzwellen {ww.}
opzetten
gezwollen
uitzetten
zwellen
uitdijen
opzwellen {ww.}
gezwollen
uitzetten
zwellen
uitdijen
opzwellen {ww.}
ik heb opgezet
ik had opgezet
ik zal opgezet hebben
ik heb opgezet
ik had opgezet
ik zal opgezet hebben
» meer vervoegingen van opzetten
Zou je eens niet een andere plaat willen opzetten? We luisteren al gedurende twee uren naar deze hier.
Zou je eens niet een andere plaat willen opzetten? We luisteren al gedurende twee uren naar deze hier.
zwellen {ww.}
zwellen {ww.}
ik ben gezwollen
ik was gezwollen
ik zal gezwollen zijn
ik ben gezwollen
ik was gezwollen
ik zal gezwollen zijn
» meer vervoegingen van zwellen