Vertaling van kakel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
klokken, kakelen {ww.}
klokken
kakelen {ww.}

ik kakel
jij kakelt
hij/zij/het kakelt

ik klok
jij klokt
hij/zij/het klokt
» meer vervoegingen van klokken

Voor wie luiden de klokken?
Voor wie luiden de klokken?
We repareren allerlei soorten klokken hier.
We repareren allerlei soorten klokken hier.
babbelaarster, leuterkous, ratel [m] (de ~), kwebbel [m] (de ~), theetante, wauwelaar, ouwehoer [m] (de ~), teut, klessebes, klets [m] (de ~), klepzeiker, kakel, babbelkous [m] (de ~), lulmeier, kletskont, rebbel, kletskop [m] (de ~), teutebel, kletsmajoor [m] (de ~), wafel, kletsmeier [m] (de ~), klep [m] (de ~), kletstante, babbelaar [m] (de ~), leuteraar, kwek [m] (de ~), kletskous [m] (de ~) {zn.}
babbelaarster
leuterkous
ratel [m] (de ~)
kwebbel [m] (de ~)
theetante
wauwelaar
ouwehoer [m] (de ~)
teut
klessebes
klets [m] (de ~)
klepzeiker
kakel
babbelkous [m] (de ~)
lulmeier
kletskont
rebbel
kletskop [m] (de ~)
teutebel
kletsmajoor [m] (de ~)
wafel
kletsmeier [m] (de ~)
klep [m] (de ~)
kletstante
babbelaar [m] (de ~)
leuteraar
kwek [m] (de ~)
kletskous [m] (de ~) {zn.}
babbelen, kleppen, tateren, parlevinken, snappen, snateren, rellen, kakelen, kwetteren, kwekkebekken, kwebbelen, kouten, kletsmeieren, klessebessen, keuvelen, kwekken, kletsen, ratelen {ww.}
babbelen
kleppen
tateren
parlevinken
snappen
snateren
rellen
kakelen
kwetteren
kwekkebekken
kwebbelen
kouten
kletsmeieren
klessebessen
keuvelen
kwekken
kletsen
ratelen {ww.}

ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt

ik babbel
jij babbelt
hij/zij/het babbelt
» meer vervoegingen van babbelen

Laat ons babbelen.
Laat ons babbelen.
kokkelen, kakelen {ww.}
kokkelen
kakelen {ww.}

ik kakel
jij kakelt
hij/zij/het kakelt

ik kokkel
jij kokkelt
hij/zij/het kokkelt
» meer vervoegingen van kokkelen



Gerelateerd aan kakel

klokken - kakelen - babbelaarster - leuterkous - ratel - kwebbel - theetante - wauwelaar - ouwehoer - teut - klessebes - klets - klepzeiker - babbelkous - lulmeierprater - spreken - roepen