Vertaling van leren tas
leren tas {zn.}
scholen
bijbrengen
instrueren {ww.}
ik breng bij
jij brengt bij
hij/zij/het brengt bij
ik leer
jij leert
hij/zij/het leert
» meer vervoegingen van leren
onderwijzen {ww.}
ik leer
ik zal leren
ik zou leren
ik leer
ik zal leren
ik zou leren
» meer vervoegingen van leren
aanleren {ww.}
ik leer aan
jij leert aan
hij/zij/het leert aan
ik leer
jij leert
hij/zij/het leert
» meer vervoegingen van leren
afleren {ww.}
ik leer af
jij leert af
hij/zij/het leert af
ik wen af
jij went af
hij/zij/het went af
» meer vervoegingen van afwennen
verleren
afleren {ww.}
ik leer af
jij leert af
hij/zij/het leert af
ik vergeet
jij vergeet
hij/zij/het vergeet
» meer vervoegingen van vergeten
afleren {ww.}
ik leer af
jij leert af
hij/zij/het leert af
ik verleer
jij verleert
hij/zij/het verleert
» meer vervoegingen van verleren
afleren {ww.}
ik leer af
jij leert af
hij/zij/het leert af
ik leer af
jij leert af
hij/zij/het leert af
» meer vervoegingen van afleren