Vertaling van lub

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
lub, ruche [m] (de ~) {zn.}
lub
ruche [m] (de ~) {zn.}
lubben, strikken {ww.}
lubben
strikken {ww.}

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt
» meer vervoegingen van lubben

lubben {ww.}
lubben {ww.}

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt
» meer vervoegingen van lubben

lubben {ww.}
lubben {ww.}

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt

ik lub
jij lubt
hij/zij/het lubt
» meer vervoegingen van lubben



Gerelateerd aan lub

ruche - lubben - strikkenoplegsel - strook - bewerken - ontweien - ontdoen - castreren