Vertaling van nesten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
nesten {ww.}
nesten {ww.}

ik nest
jij nest
hij/zij/het nest

ik nest
jij nest
hij/zij/het nest
» meer vervoegingen van nesten

Tatoeba: Ontving je een PM? Je zit waarschijnlijk in nesten...
Tatoeba: Ontving je een PM? Je zit waarschijnlijk in nesten...
nest (mv. nesten), negorij [v] {zn.}
nest (mv. nesten)
negorij [v] {zn.}
Die vogels bouwen in de zomer hun nest en vliegen in de winter naar het zuiden.
Die vogels bouwen in de zomer hun nest en vliegen in de winter naar het zuiden.
De adder gaat weer terug naar haar nest.
De adder gaat weer terug naar haar nest.
nest (mv. nesten), vervelend nest {zn.}
nest (mv. nesten)
vervelend nest {zn.}
nest (mv. nesten) [o] {zn.}
nest (mv. nesten) [o] {zn.}
nest [o] (het ~) {zn.}
nest [o] (het ~) {zn.}
nest [o] (het ~), worp [m] (de ~) {zn.}
nest [o] (het ~)
worp [m] (de ~) {zn.}
nest [o] (het ~), broedplaats [m] (de ~), kraamkamer [m] (de ~), vogelnest [o] (het ~) {zn.}
nest [o] (het ~)
broedplaats [m] (de ~)
kraamkamer [m] (de ~)
vogelnest [o] (het ~) {zn.}
nest [o] (het ~) {zn.}
nest [o] (het ~) {zn.}
bed [o] (het ~), nest [o] (het ~), sponde [m] (de ~), legerstede [m] (de ~) {zn.}
bed [o] (het ~)
nest [o] (het ~)
sponde [m] (de ~)
legerstede [m] (de ~) {zn.}
Ik moet naar bed.
Ik moet naar bed.
Hij zat op het bed.
Hij zat op het bed.
nest [v] (het ~), wicht [m] (het ~) {zn.}
nest [v] (het ~)
wicht [m] (het ~) {zn.}
nest (mv. nesten) {zn.}
nest (mv. nesten) {zn.}
nest (mv. nesten) {zn.}
nest (mv. nesten) {zn.}