Vertaling van oprukken
oprukken
in rang opklimmen
overgaan
avanceren {ww.}
ik zal avanceren
ik zou avanceren
jij zult avanceren
ik zal oprukken
ik zou oprukken
jij zult oprukken
» meer vervoegingen van oprukken
ik zal oprukken
ik zou oprukken
jij zult oprukken
ik zal oprukken
ik zou oprukken
jij zult oprukken
» meer vervoegingen van oprukken
oprukken
uitrukken
opmarcheren {ww.}
hij/zij/het zal opmarcheren
hij/zij/het zal opmarcheren
zij zult opmarcheren
hij/zij/het zal uittrekken
hij/zij/het zou uittrekken
zij zullen uittrekken
» meer vervoegingen van uittrekken
oprukken {ww.}
ik zal oprukken
ik zou oprukken
jij zult oprukken
ik zal voortrukken
ik zou voortrukken
jij zult voortrukken
» meer vervoegingen van voortrukken
vertrekken
weggaan
ophoepelen
opkrassen
wegwezen
moven
opsodemieteren
oprukken
oprotten
aftaaien
opstappen
heengaan
opkramen
opflikkeren
opduvelen
opdonderen
nokken
oplazeren
opmieteren
opbreken
afnokken {ww.}
ik zal afnokken
ik zou afnokken
jij zult afnokken
ik zal gaan
ik zou gaan
jij zult gaan
» meer vervoegingen van gaan