Vertaling van opzeggen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
opzeggen, voordragen, reciteren {ww.}
opzeggen
voordragen
reciteren {ww.}
voordragen
reciteren {ww.}
ik zal opzeggen
jij zult opzeggen
hij/zij/het zal opzeggen
ik zal opzeggen
jij zult opzeggen
hij/zij/het zal opzeggen
» meer vervoegingen van opzeggen
opzeggen {ww.}
opzeggen {ww.}
ik zal opzeggen
ik zou opzeggen
jij zult opzeggen
ik zal opzeggen
ik zou opzeggen
jij zult opzeggen
» meer vervoegingen van opzeggen
bedanken, opzeggen {ww.}
bedanken
opzeggen {ww.}
opzeggen {ww.}
ik zal bedanken
ik zou bedanken
jij zult bedanken
ik zal bedanken
ik zou bedanken
jij zult bedanken
» meer vervoegingen van bedanken
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.