Vertaling van bedanken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bedanken, het lidmaatschap opzeggen {ww.}
bedanken
het lidmaatschap opzeggen {ww.}

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt
» meer vervoegingen van bedanken

Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
Ik kan hem niet genoeg bedanken.
bedanken, aftreden, ontslag nemen, uittreden {zn.}
bedanken
aftreden
ontslag nemen
uittreden {zn.}
Allereerst wil ik u bedanken voor de gastvrijheid.
Allereerst wil ik u bedanken voor de gastvrijheid.
Ik kan je niet genoeg bedanken voor jouw hulp.
Ik kan je niet genoeg bedanken voor jouw hulp.
bedanken, afslaan {ww.}
bedanken
afslaan {ww.}

ik sla af
jij slaat af
hij/zij/het slaat af

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt
» meer vervoegingen van bedanken

bedanken, opzeggen {ww.}
bedanken
opzeggen {ww.}

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt
» meer vervoegingen van bedanken

danken, bedanken, te danken hebben, dank betuigen {ww.}
danken
bedanken
te danken hebben
dank betuigen {ww.}

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt

ik dank
jij dankt
hij/zij/het dankt
» meer vervoegingen van danken

Niets te danken!
Niets te danken!
danken, bedanken {ww.}
danken
bedanken {ww.}

ik bedank
jij bedankt
hij/zij/het bedankt

ik dank
jij dankt
hij/zij/het dankt
» meer vervoegingen van danken



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik kan hem niet genoeg bedanken.

Ik kan hem niet genoeg bedanken.

Ik kan hem niet genoeg bedanken.

Ik kan hem niet genoeg bedanken.

Allereerst wil ik u bedanken voor de gastvrijheid.

Allereerst wil ik u bedanken voor de gastvrijheid.

Ik kan je niet genoeg bedanken voor jouw hulp.

Ik kan je niet genoeg bedanken voor jouw hulp.