Vertaling van overlappen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
overlappen {ww.}
overlappen {ww.}

ik overlap
jij overlapt
hij/zij/het overlapt

ik overlap
jij overlapt
hij/zij/het overlapt
» meer vervoegingen van overlappen

dekken, overlappen {ww.}
dekken
overlappen {ww.}

ik dek
jij dekt
hij/zij/het dekt

ik dek
jij dekt
hij/zij/het dekt
» meer vervoegingen van dekken

In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.
In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.
overlapping [v] (de ~), overlap [m] (de ~) {zn.}
overlapping [v] (de ~)
overlap [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan overlappen

dekken - overlapping - overlapaccorderen - samenvallen - deel