Vertaling van pluim
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
pluim {zn.}
pluim {zn.}
pen , veder , veer , pluim {zn.}
pen
veder
veer
pluim {zn.}
veder
veer
pluim {zn.}
Heb je geen pen?
Heb je geen pen?
Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet mijn pen zoeken.
pluim, pluimstaart {zn.}
pluim
pluimstaart {zn.}
pluimstaart {zn.}
lof, pluim {zn.}
lof
pluim {zn.}
pluim {zn.}
Met lof
Met lof
vederbos, pluim {zn.}
vederbos
pluim {zn.}
pluim {zn.}
pluim, kwast {zn.}
pluim
kwast {zn.}
kwast {zn.}
pluim, pluimpje {zn.}
pluim
pluimpje {zn.}
pluimpje {zn.}
pluim {zn.}
pluim {zn.}
schaamhaar , pluim {zn.}
schaamhaar
pluim {zn.}
pluim {zn.}
vederdos, pluim , pluimbos, vederbos {zn.}
vederdos
pluim
pluimbos
vederbos {zn.}
pluim
pluimbos
vederbos {zn.}
compliment , pluim , pluimpje {zn.}
compliment
pluim
pluimpje {zn.}
pluim
pluimpje {zn.}
afzetten, aderlaten, bezwendelen, kaalplukken, plukken, scheren, snijden, tillen, pluimen, uitkleden, flessen {ww.}
afzetten
aderlaten
bezwendelen
kaalplukken
plukken
scheren
snijden
tillen
pluimen
uitkleden
flessen {ww.}
aderlaten
bezwendelen
kaalplukken
plukken
scheren
snijden
tillen
pluimen
uitkleden
flessen {ww.}
ik laat ader
jij laat ader
hij/zij/het laat ader
ik zet af
jij zet af
hij/zij/het zet af
» meer vervoegingen van afzetten