Vertaling van randgebied

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
randgebied, grensgebied {zn.}
randgebied
grensgebied {zn.}
rand, randgebied, omtrek, periferie [v], cirkelomtrek [m], buitenkant [m] {zn.}
rand
randgebied
omtrek
periferie [v]
cirkelomtrek [m]
buitenkant [m] {zn.}
We stonden aan de rand van een klif.
We stonden aan de rand van een klif.
randgebied {zn.}
randgebied {zn.}
randgebied [o] (het ~), grensgebied [o] (het ~) {zn.}
randgebied [o] (het ~)
grensgebied [o] (het ~) {zn.}


Gerelateerd aan randgebied

grensgebied - rand - omtrek - periferie - cirkelomtrek - buitenkantterrein - gebied