Vertaling van ruzie

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
ruzie [v], herrie [v], heibel {zn.}
ruzie [v]
herrie [v]
heibel {zn.}
Hij klaagde over de herrie.
Hij klaagde over de herrie.
Hij hunkert altijd naar ruzie.
Hij hunkert altijd naar ruzie.
ruzie [v], strijd, herrie [v], tweespalt, onmin, mot, geschil {zn.}
ruzie [v]
strijd
herrie [v]
tweespalt
onmin
mot
geschil {zn.}
Ze maken veel ruzie, maar voor het grootste deel schieten ze goed met elkaar op.
Ze maken veel ruzie, maar voor het grootste deel schieten ze goed met elkaar op.
De strijd gaat verder!
De strijd gaat verder!
ruziën, ruzie maken, kijven, krakelen, kiften {ww.}
ruziën
ruzie maken
kijven
krakelen
kiften {ww.}

ik kift
jij kift
hij/zij/het kift

ik ruzie
jij ruziet
hij/zij/het ruziet
» meer vervoegingen van ruziën

kwestie, ruzie [v] (de ~), herrie [m] (de ~), mot [m] (de ~), twist [m] (de ~), trammelant [m] (de/het ~), stront, onmin [m] (de ~), bonje [m] (de ~), onaangenaamheid, onaangenaamheden, kift [m] (de ~), kif, disharmonie [v] (de ~), onvrede [m] (de ~), heibel [m] (de ~), onenigheid {zn.}
kwestie
ruzie [v] (de ~)
herrie [m] (de ~)
mot [m] (de ~)
twist [m] (de ~)
trammelant [m] (de/het ~)
stront
onmin [m] (de ~)
bonje [m] (de ~)
onaangenaamheid
onaangenaamheden
kift [m] (de ~)
kif
disharmonie [v] (de ~)
onvrede [m] (de ~)
heibel [m] (de ~)
onenigheid {zn.}
Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.
Te zijn of niet te zijn, dat is de kwestie.
Te zijn of niet te zijn, dat is de kwestie.
twisten, bekvechten, overhoopliggen, kiften, ruziën {ww.}
twisten
bekvechten
overhoopliggen
kiften
ruziën {ww.}

ik bekvecht
jij bekvecht
hij/zij/het bekvecht

ik twist
jij twist
hij/zij/het twist
» meer vervoegingen van twisten

Over smaak valt niet te twisten.
Over smaak valt niet te twisten.
Over smaken (en kleuren) valt niet te twisten
Over smaken (en kleuren) valt niet te twisten


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hij hunkert altijd naar ruzie.

Hij hunkert altijd naar ruzie.

Ze maken veel ruzie, maar voor het grootste deel schieten ze goed met elkaar op.

Ze maken veel ruzie, maar voor het grootste deel schieten ze goed met elkaar op.

Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.

Het leek erop dat de ruzie eindelijk uitgepraat zou worden, toen Mark olie op het vuur gooide door te beginnen over de vraag wie de schuldige was.


Gerelateerd aan ruzie

herrie - heibel - strijd - tweespalt - onmin - mot - geschil - ruziën - ruzie maken - kijven - krakelen - kiften - kwestie - twist - trammelantmeningsverschil - doen