Vertaling van stoelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
stoelen, worteltrekken, wortelen {ww.}
stoelen
worteltrekken
wortelen {ww.}
worteltrekken
wortelen {ww.}
ik stoel
jij stoelt
hij/zij/het stoelt
ik stoel
jij stoelt
hij/zij/het stoelt
» meer vervoegingen van stoelen
Dit zijn niet uw stoelen.
Dit zijn niet uw stoelen.
Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
stoelen, steunen, berusten {ww.}
stoelen
steunen
berusten {ww.}
steunen
berusten {ww.}
ik berust
jij berust
hij/zij/het berust
ik stoel
jij stoelt
hij/zij/het stoelt
» meer vervoegingen van stoelen
Er zijn geen stoelen in deze kamer.
Er zijn geen stoelen in deze kamer.
Ik heb het aangedurfd zijn mening te steunen.
Ik heb het aangedurfd zijn mening te steunen.
stoel (mv. stoelen) , zetel {zn.}
stoel (mv. stoelen)
zetel {zn.}
zetel {zn.}
Deze stoel is oncomfortabel
Deze stoel is oncomfortabel
Neem de andere stoel!
Neem de andere stoel!
stoel {zn.}
stoel {zn.}
Deze stoel is lelijk.
Deze stoel is lelijk.
Het ligt onder de stoel.
Het ligt onder de stoel.
stoel {zn.}
stoel {zn.}
Hij stond achter de stoel.
Hij stond achter de stoel.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Dit zijn niet uw stoelen.
Dit zijn niet uw stoelen.
Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
Er zijn geen stoelen in deze kamer.
Er zijn geen stoelen in deze kamer.