Vertaling van teruggetrokken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
teruggetrokken {bn.}
teruggetrokken {bn.}
teruggetrokken {bn.}
teruggetrokken {bn.}
bescheiden, discreet, ingetogen, teruggetrokken, zedig {bn.}
bescheiden
discreet
ingetogen
teruggetrokken
zedig {bn.}
teruggetrokken, stil {bn.}
teruggetrokken
stil {bn.}
teruggaan, terugkeren, weer gaan, terugtrekken, teruglopen {ww.}
teruggaan
terugkeren
weer gaan
terugtrekken
teruglopen {ww.}

ik ben teruggegaan
ik was teruggegaan
ik zal teruggegaan zijn

ik ben teruggegaan
ik was teruggegaan
ik zal teruggegaan zijn
» meer vervoegingen van teruggaan

Laten we teruggaan.
Laten we teruggaan.
Laten we teruggaan.
Laten we teruggaan.
terugtrekken, intrekken {ww.}
terugtrekken
intrekken {ww.}

ik heb ingetrokken
jij hebt ingetrokken
hij/zij/het heeft ingetrokken

ik heb teruggetrokken
jij hebt teruggetrokken
hij/zij/het heeft teruggetrokken
» meer vervoegingen van terugtrekken

geïsoleerd, teruggetrokken, vereenzaamd, verlaten, verweesd, eenzaam, verloren {bn.}
geïsoleerd
teruggetrokken
vereenzaamd
verlaten
verweesd
eenzaam
verloren {bn.}
wegtrekken, terugtrekken, intrekken {ww.}
wegtrekken
terugtrekken
intrekken {ww.}

ik heb ingetrokken
ik had ingetrokken
ik zal ingetrokken hebben

ik heb weggetrokken
ik had weggetrokken
ik zal weggetrokken hebben
» meer vervoegingen van wegtrekken

terugtrekken {ww.}
terugtrekken {ww.}

ik heb teruggetrokken
ik had teruggetrokken
ik zal teruggetrokken hebben

ik heb teruggetrokken
ik had teruggetrokken
ik zal teruggetrokken hebben
» meer vervoegingen van terugtrekken

terugtrekken {ww.}
terugtrekken {ww.}

ik heb teruggetrokken
ik had teruggetrokken
ik zal teruggetrokken hebben

ik heb teruggetrokken
ik had teruggetrokken
ik zal teruggetrokken hebben
» meer vervoegingen van terugtrekken

terugtrekken, opsluiten, retireren, afzonderen {ww.}
terugtrekken
opsluiten
retireren
afzonderen {ww.}

ik heb afgezonderd
jij hebt afgezonderd
hij/zij/het heeft afgezonderd

ik heb teruggetrokken
jij hebt teruggetrokken
hij/zij/het heeft teruggetrokken
» meer vervoegingen van terugtrekken

terugtrekken, terugschroeven, revoceren, terugdraaien, herroepen {ww.}
terugtrekken
terugschroeven
revoceren
terugdraaien
herroepen {ww.}

ik heb herroepen
ik had herroepen
ik zal herroepen hebben

ik heb teruggetrokken
ik had teruggetrokken
ik zal teruggetrokken hebben
» meer vervoegingen van terugtrekken