Vertaling van vanwege
vanwege
wegens {vz.}
uit naam van
vanwege {vz.}
uit
vanwege
voor
wegens
met
om {vz.}
Voorbeelden in zinsverband
Dat meisje is arrogant vanwege haar schoonheid.
Dat meisje is arrogant vanwege haar schoonheid.
De wedstrijd werd afgelast vanwege regen.
De wedstrijd werd afgelast vanwege regen.
De trein had vertraging vanwege de sneeuw.
De trein had vertraging vanwege de sneeuw.
Ze hebben hun trip vanwege Regen afgebroken.
Ze hebben hun trip vanwege Regen afgebroken.
Hij kon vanwege de hitte niet slapen.
Hij kon vanwege de hitte niet slapen.
We kunnen niet slapen vanwege het lawaai.
We kunnen niet slapen vanwege het lawaai.
Deze stad is berucht vanwege haar vervuilde lucht.
Deze stad is berucht vanwege haar vervuilde lucht.
We stelden ons vertrek uit vanwege de storm.
We stelden ons vertrek uit vanwege de storm.
De wedstrijd is afgeblazen vanwege de hevige regenval.
De wedstrijd is afgeblazen vanwege de hevige regenval.
Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
Alle huizen in onze straat zijn versierd met oranje vlaggetjes vanwege het WK.
Alle huizen in onze straat zijn versierd met oranje vlaggetjes vanwege het WK.
Hij kwam niet terug vanwege heimwee, maar omdat hij bijna door zijn geld was.
Hij kwam niet terug vanwege heimwee, maar omdat hij bijna door zijn geld was.
Vanuit het ambt", "Vanwege de functie
Vanuit het ambt", "Vanwege de functie
Ze zeiden tegen ons dat we vanwege de sneeuw naar huis mochten gaan.
Ze zeiden tegen ons dat we vanwege de sneeuw naar huis mochten gaan.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.