Vertaling van om

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aan, jegens, met, om, op, te, tot, voor, in {vz.}
aan
jegens
met
om
op
te
tot
voor
in {vz.}
door, uit, vanwege, voor, wegens, met, om {vz.}
door
uit
vanwege
voor
wegens
met
om {vz.}
OM [o] (het ~), O.M. {zn.}
OM [o] (het ~)
O.M. {zn.}
Oog om oog, tand om tand.
Oog om oog, tand om tand.
Ik krijs om ijs.
Ik krijs om ijs.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Oog om oog, tand om tand.

Oog om oog, tand om tand.

Ik krijs om ijs.

Ik krijs om ijs.

Je tijd is om.

Je tijd is om.

Ze bedelt om geld.

Ze bedelt om geld.

Kunst om de kunst.

Kunst om de kunst.

Om het even.

Om het even.

Ze was te trots om hem om hulp te vragen.

Ze was te trots om hem om hulp te vragen.

Het heeft geen zin om me om geld te vragen.

Het heeft geen zin om me om geld te vragen.

Alles gebeurt om een reden.

Alles gebeurt om een reden.

Wek me om zeven uur.

Wek me om zeven uur.

Ik lachte om zijn mop.

Ik lachte om zijn mop.

Ze hakten de boom om.

Ze hakten de boom om.

De baby weende om melk.

De baby weende om melk.

Ze vroeg mij om hulp.

Ze vroeg mij om hulp.

We ontbijten om zeven uur.

We ontbijten om zeven uur.


Gerelateerd aan om

aan - jegens - met - op - te - tot - voor - in - door - uit - vanwege - wegens - OM - O.M.rijksinstelling