Vertaling van in
binnen
per
te
op {vz.}
jegens
met
om
op
te
tot
voor
in {vz.}
aangaande
betreffende
met
over
van
in {vz.}
innen {ww.}
ik in
jij int
hij/zij/het int
ik ontvang
jij ontvangt
hij/zij/het ontvangt
» meer vervoegingen van ontvangen
innen
binnenkrijgen {ww.}
ik krijg binnen
jij krijgt binnen
hij/zij/het krijgt binnen
ik incasseer
jij incasseert
hij/zij/het incasseert
» meer vervoegingen van incasseren
oogsten
inzamelen
rapen
plukken
innen
collecteren {ww.}
ik collecteer
jij collecteert
hij/zij/het collecteert
ik verzamel
jij verzamelt
hij/zij/het verzamelt
» meer vervoegingen van verzamelen
en vogue
in
trendy {bn.}
incasseren
toucheren
opstrijken
beuren
innen {ww.}
ik beur
jij beurt
hij/zij/het beurt
ik vang
jij vangt
hij/zij/het vangt
» meer vervoegingen van vangen
Voorbeelden in zinsverband
Hackers breken zonder toestemming in computers in.
Hackers breken zonder toestemming in computers in.
In Europa beginnen de scholen in september.
In Europa beginnen de scholen in september.
Er zit in foutje in deze zin.
Er zit in foutje in deze zin.
Olifanten leven in Azië en in Afrika.
Olifanten leven in Azië en in Afrika.
Woon je in Sasayama?
Woon je in Sasayama?
Maciek overleed in december.
Maciek overleed in december.
Rust in vrede.
Rust in vrede.
Welkom in Japan.
Welkom in Japan.
We leven in vrede.
We leven in vrede.
Hij woont in Osaka.
Hij woont in Osaka.
Ik geloof in spoken.
Ik geloof in spoken.
Tom woont in Wales.
Tom woont in Wales.
Ik ben in Parijs.
Ik ben in Parijs.
Ik woon in Tokio.
Ik woon in Tokio.
Ik woon in Hyogo.
Ik woon in Hyogo.