Vertaling van versleten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
op, versleten {bn.}
op
versleten {bn.}
versleten, kaal {bn.}
versleten
kaal {bn.}
versleten, afgesleten, derdehands, sleets {bn.}
versleten
afgesleten
derdehands
sleets {bn.}
verslijten {ww.}
verslijten {ww.}

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet
» meer vervoegingen van verslijten

verslijten, uitslijten, afslijten, doorslijten, slijten {ww.}
verslijten
uitslijten
afslijten
doorslijten
slijten {ww.}

ik sleet af
jij sleet af
hij/zij/het sleet af

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet
» meer vervoegingen van verslijten

verslijten, opgebruiken, slijten, afdragen {ww.}
verslijten
opgebruiken
slijten
afdragen {ww.}

ik droeg af
jij droeg af
hij/zij/het droeg af

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet
» meer vervoegingen van verslijten

verslijten {ww.}
verslijten {ww.}

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet
» meer vervoegingen van verslijten

verslijten {ww.}
verslijten {ww.}

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet

ik versleet
jij versleet
hij/zij/het versleet
» meer vervoegingen van verslijten



Gerelateerd aan versleten

op - kaal - afgesleten - derdehands - sleets - verslijten - uitslijten - afslijten - doorslijten - slijten - opgebruiken - afdragenversleten - gebruikt