Vertaling van wekken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
wekken {zn.}
wekken {zn.}
wakker maken, opwekken, wekken {ww.}
wakker maken
opwekken
wekken {ww.}
opwekken
wekken {ww.}
ik wek op
jij wekt op
hij/zij/het wekt op
ik wek op
jij wekt op
hij/zij/het wekt op
» meer vervoegingen van opwekken
Ga Mary wakker maken.
Ga Mary wakker maken.
Je moet geen slapende honden wakker maken.
Je moet geen slapende honden wakker maken.
wekken {ww.}
wekken {ww.}
ik wek
jij wekt
hij/zij/het wekt
ik wek
jij wekt
hij/zij/het wekt
» meer vervoegingen van wekken
oproepen, wekken {ww.}
oproepen
wekken {ww.}
wekken {ww.}
ik roep op
jij roept op
hij/zij/het roept op
ik roep op
jij roept op
hij/zij/het roept op
» meer vervoegingen van oproepen
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.