Vertaling van oproepen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
oproepen, praaien, aanroepen {ww.}
oproepen
praaien
aanroepen {ww.}

ik zal aanroepen
ik zou aanroepen
jij zult aanroepen

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
oproepen, wekken {ww.}
oproepen
wekken {ww.}

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

oproepen, evoqueren, evoceren, bovenhalen {ww.}
oproepen
evoqueren
evoceren
bovenhalen {ww.}

ik zal bovenhalen
jij zult bovenhalen
hij/zij/het zal bovenhalen

ik zal oproepen
jij zult oproepen
hij/zij/het zal oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

oproepen, trommelen {ww.}
oproepen
trommelen {ww.}

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

oproepen {ww.}
oproepen {ww.}

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

oproepen {ww.}
oproepen {ww.}

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen

ik zal oproepen
ik zou oproepen
jij zult oproepen
» meer vervoegingen van oproepen

oproep (mv. oproepen), votum, oproeping [v] {zn.}
oproep (mv. oproepen)
votum
oproeping [v] {zn.}
oproep [m] (de ~) {zn.}
oproep [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan oproepen

praaien - aanroepen - wekken - evoqueren - evoceren - bovenhalen - trommelen - oproep - votum - oproepingveranderen - veroorzaken - opdragen - aanzoeken - aansporen - verzoek