Vertaling van opwekken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
opwekken {zn.}
opwekken {zn.}
opwekken, doen herleven {ww.}
opwekken
doen herleven {ww.}

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken
» meer vervoegingen van opwekken

wakker maken, opwekken, wekken {ww.}
wakker maken
opwekken
wekken {ww.}

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken
» meer vervoegingen van opwekken

Ga Mary wakker maken.
Ga Mary wakker maken.
Je moet geen slapende honden wakker maken.
Je moet geen slapende honden wakker maken.
opwekken {ww.}
opwekken {ww.}

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken
» meer vervoegingen van opwekken

opwekken {ww.}
opwekken {ww.}

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken
» meer vervoegingen van opwekken

zwepen, opwekken, aanvuren, aanwakkeren, aansporen {ww.}
zwepen
opwekken
aanvuren
aanwakkeren
aansporen {ww.}

ik zal aansporen
ik zou aansporen
jij zult aansporen

ik zal zwepen
ik zou zwepen
jij zult zwepen
» meer vervoegingen van zwepen

opwekken {ww.}
opwekken {ww.}

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken

ik zal opwekken
ik zou opwekken
jij zult opwekken
» meer vervoegingen van opwekken

prikkelen, opwinden, aanwakkeren, opwekken, activeren {ww.}
prikkelen
opwinden
aanwakkeren
opwekken
activeren {ww.}

ik zal aanwakkeren
ik zou aanwakkeren
jij zult aanwakkeren

ik zal prikkelen
ik zou prikkelen
jij zult prikkelen
» meer vervoegingen van prikkelen



Gerelateerd aan opwekken

doen herleven - wakker maken - wekken - zwepen - aanvuren - aanwakkeren - aansporen - prikkelen - opwinden - activerenverrichten - veroorzaken - aansporen