Vertaling van zeur

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zeurpiet, zeurkous, zeurder, zeur, zaniker, zanik {zn.}
zeurpiet
zeurkous
zeurder
zeur
zaniker
zanik {zn.}
zeurder, zeurkous, zeur {zn.}
zeurder
zeurkous
zeur {zn.}
mieren, zeuren, zaniken {ww.}
mieren
zeuren
zaniken {ww.}

ik mier
jij miert
hij/zij/het miert

ik mier
jij miert
hij/zij/het miert
» meer vervoegingen van mieren

Mieren en giraffen zijn verre neven.
Mieren en giraffen zijn verre neven.
zaag [m] (de ~), zeikstraal [m] (de ~), zeiker, doordrammer, zeveraar [m] (de ~), zeurkous [m] (de ~), zemelap, zemel, oudwijf, jengel, dreiner, drein, drammer, ultra [m] (de ~), doordraver, zeiksnor, zeikvent, teem, zemelaar [m] (de ~), zageman, zeur [m] (de ~), zanik, zever [m] (de ~), zaniker, zanikpot, zeurpiet [m] (de ~) {zn.}
zaag [m] (de ~)
zeikstraal [m] (de ~)
zeiker
doordrammer
zeveraar [m] (de ~)
zeurkous [m] (de ~)
zemelap
zemel
oudwijf
jengel
dreiner
drein
drammer
ultra [m] (de ~)
doordraver
zeiksnor
zeikvent
teem
zemelaar [m] (de ~)
zageman
zeur [m] (de ~)
zanik
zever [m] (de ~)
zaniker
zanikpot
zeurpiet [m] (de ~) {zn.}
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.
"Ik zie", zei de blinde man, toen hij zijn hamer en zaag opraapte.
zagen, zieken, piepen, mieren, malen, zeveren, emmeren, zeiken, reutelen, mekkeren, mekken, griepen, zemelknopen, zemelen, zaniken, neuzelen, lazeren, mauwen, zeuren, meieren {ww.}
zagen
zieken
piepen
mieren
malen
zeveren
emmeren
zeiken
reutelen
mekkeren
mekken
griepen
zemelknopen
zemelen
zaniken
neuzelen
lazeren
mauwen
zeuren
meieren {ww.}

ik emmer
jij emmert
hij/zij/het emmert

ik zaag
jij zaagt
hij/zij/het zaagt
» meer vervoegingen van zagen

Verplegers verzorgen zieken.
Verplegers verzorgen zieken.
Zoals de ouden zongen, piepen de jongen.
Zoals de ouden zongen, piepen de jongen.


Gerelateerd aan zeur

zeurpiet - zeurkous - zeurder - zaniker - zanik - mieren - zeuren - zaniken - zaag - zeikstraal - zeiker - doordrammer - zeveraar - zemelap - zemelpersoon - uiten