Vertaling van zoek

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zoek, verdwenen, vermist {bn.}
zoek
verdwenen
vermist {bn.}
verloren, zoek {bn.}
verloren
zoek {bn.}
zoeken, streven, zich beijveren, trachten, pogen, moeite doen {ww.}
zoeken
streven
zich beijveren
trachten
pogen
moeite doen {ww.}

ik poog
jij poogt
hij/zij/het poogt

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken

Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet mijn pen zoeken.
Ik moet naar mijn pen zoeken.
Ik moet naar mijn pen zoeken.
zoeken, opzoeken, uitzien, uitkijken, snorren {ww.}
zoeken
opzoeken
uitzien
uitkijken
snorren {ww.}

ik zoek op
jij zoekt op
hij/zij/het zoekt op

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken

Waarom kom je mij eens niet opzoeken?
Waarom kom je mij eens niet opzoeken?
Je moet dat woord eens opzoeken.
Je moet dat woord eens opzoeken.
zoeken, rondzien {ww.}
zoeken
rondzien {ww.}

ik zie rond
jij ziet rond
hij/zij/het ziet rond

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken

Ik ben een baan aan het zoeken.
Ik ben een baan aan het zoeken.
Je bent je sleutel aan het zoeken.
Je bent je sleutel aan het zoeken.
zoeken {ww.}
zoeken {ww.}

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken

Wat heeft deze stoel hier te zoeken?
Wat heeft deze stoel hier te zoeken?
zoeken, nazitten, achternazitten {ww.}
zoeken
nazitten
achternazitten {ww.}

ik zit achterna
jij zit achterna
hij/zij/het zit achterna

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken

zoeken, omzien {ww.}
zoeken
omzien {ww.}

ik zie om
jij ziet om
hij/zij/het ziet om

ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Ik zoek mijn camera.

Ik zoek mijn camera.

Zoek een leven, man.

Zoek een leven, man.

Ik zoek mijn vrienden.

Ik zoek mijn vrienden.

Ik zoek een baan.

Ik zoek een baan.

Zoek en gij zult vinden.

Zoek en gij zult vinden.

Tom is op zoek naar een baan.

Tom is op zoek naar een baan.

Zoek het op in je woordenboek.

Zoek het op in je woordenboek.

Ik zoek een jas in mijn maat.

Ik zoek een jas in mijn maat.

Ik zoek boeken over de Romeinse geschiedenis.

Ik zoek boeken over de Romeinse geschiedenis.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

Ik ben op zoek naar mijn horloge.

Ik ben op zoek naar mijn horloge.

Ik zoek een warme, wollen rok.

Ik zoek een warme, wollen rok.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.

Ik zoek een tas voor mijn vrouw.

Ik zoek een tas voor mijn vrouw.

Ik keek om me heen, op zoek naar een brievenbus.

Ik keek om me heen, op zoek naar een brievenbus.