Vertaling van zoek
verdwenen
vermist {bn.}
zoek {bn.}
streven
zich beijveren
trachten
pogen
moeite doen {ww.}
ik poog
jij poogt
hij/zij/het poogt
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
opzoeken
uitzien
uitkijken
snorren {ww.}
ik zoek op
jij zoekt op
hij/zij/het zoekt op
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
rondzien {ww.}
ik zie rond
jij ziet rond
hij/zij/het ziet rond
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
nazitten
achternazitten {ww.}
ik zit achterna
jij zit achterna
hij/zij/het zit achterna
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
omzien {ww.}
ik zie om
jij ziet om
hij/zij/het ziet om
ik zoek
jij zoekt
hij/zij/het zoekt
» meer vervoegingen van zoeken
Voorbeelden in zinsverband
Ik zoek mijn camera.
Ik zoek mijn camera.
Zoek een leven, man.
Zoek een leven, man.
Ik zoek mijn vrienden.
Ik zoek mijn vrienden.
Ik zoek een baan.
Ik zoek een baan.
Zoek en gij zult vinden.
Zoek en gij zult vinden.
Tom is op zoek naar een baan.
Tom is op zoek naar een baan.
Zoek het op in je woordenboek.
Zoek het op in je woordenboek.
Ik zoek een jas in mijn maat.
Ik zoek een jas in mijn maat.
Ik zoek boeken over de Romeinse geschiedenis.
Ik zoek boeken over de Romeinse geschiedenis.
Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.
Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.
Ik ben op zoek naar mijn horloge.
Ik ben op zoek naar mijn horloge.
Ik zoek een warme, wollen rok.
Ik zoek een warme, wollen rok.
Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.
Ik zoek een geschenk voor mijn moeder.
Ik zoek een tas voor mijn vrouw.
Ik zoek een tas voor mijn vrouw.
Ik keek om me heen, op zoek naar een brievenbus.
Ik keek om me heen, op zoek naar een brievenbus.