Vertaling van uitkijken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
uitkijken {ww.}
uitkijken {ww.}

ik zal uitkijken
ik zou uitkijken
jij zult uitkijken

ik zal uitkijken
ik zou uitkijken
jij zult uitkijken
» meer vervoegingen van uitkijken

zoeken, opzoeken, uitzien, uitkijken, snorren {ww.}
zoeken
opzoeken
uitzien
uitkijken
snorren {ww.}

ik zal opzoeken
ik zou opzoeken
jij zult opzoeken

ik zal zoeken
ik zou zoeken
jij zult zoeken
» meer vervoegingen van zoeken

Waarom kom je mij eens niet opzoeken?
Waarom kom je mij eens niet opzoeken?
Je moet dat woord eens opzoeken.
Je moet dat woord eens opzoeken.
uitkijken, afkijken {ww.}
uitkijken
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal uitkijken
jij zult uitkijken
hij/zij/het zal uitkijken
» meer vervoegingen van uitkijken

uitzien, uitkijken {ww.}
uitzien
uitkijken {ww.}

ik zal uitkijken
ik zou uitkijken
jij zult uitkijken

ik zal uitzien
ik zou uitzien
jij zult uitzien
» meer vervoegingen van uitzien

Dat sommige mensen er geniaal uitzien voordat ze dom klinken, komt doordat licht zich sneller voortplant dan geluid.
Dat sommige mensen er geniaal uitzien voordat ze dom klinken, komt doordat licht zich sneller voortplant dan geluid.
"Daarin zou ik er als een echte James Bond uitzien," zei Dima tegen zichzelf, en ging toen de winkel binnen.
"Daarin zou ik er als een echte James Bond uitzien," zei Dima tegen zichzelf, en ging toen de winkel binnen.
oppassen, letten, opletten, uitkijken {ww.}
oppassen
letten
opletten
uitkijken {ww.}

ik zal letten
ik zou letten
jij zult letten

ik zal oppassen
ik zou oppassen
jij zult oppassen
» meer vervoegingen van oppassen

Jullie moeten beter opletten wat jullie zeggen.
Jullie moeten beter opletten wat jullie zeggen.
Laten de consuls oppassen
Laten de consuls oppassen
uitzien, toeleven, verheugen, uitkijken {ww.}
uitzien
toeleven
verheugen
uitkijken {ww.}

ik zal toeleven
ik zou toeleven
jij zult toeleven

ik zal uitzien
ik zou uitzien
jij zult uitzien
» meer vervoegingen van uitzien

omkijken, uitkijken, uitzien {ww.}
omkijken
uitkijken
uitzien {ww.}

ik zal omkijken
ik zou omkijken
jij zult omkijken

ik zal omkijken
ik zou omkijken
jij zult omkijken
» meer vervoegingen van omkijken

uitkijk [m] (de ~) {zn.}
uitkijk [m] (de ~) {zn.}
uitkijk [m] (de ~) {zn.}
uitkijk [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan uitkijken

zoeken - opzoeken - uitzien - snorren - afkijken - oppassen - letten - opletten - toeleven - verheugen - omkijken - uitkijkbeschouwen - tonen - blikken - begeren - zoeken - persoon