Vertaling van afkijken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
afkijken {ww.}
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken
» meer vervoegingen van afkijken

spieken, afkijken {ww.}
spieken
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal spieken
jij zult spieken
hij/zij/het zal spieken
» meer vervoegingen van spieken

Jim was tijdens het examen betrapt op spieken.
Jim was tijdens het examen betrapt op spieken.
Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.
Hij is betrapt op spieken tijdens het examen en werd op het matje geroepen.
afkijken {ww.}
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken
» meer vervoegingen van afkijken

afkijken {ww.}
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken
» meer vervoegingen van afkijken

afkijken {ww.}
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken
» meer vervoegingen van afkijken

uitkijken, afkijken {ww.}
uitkijken
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal uitkijken
jij zult uitkijken
hij/zij/het zal uitkijken
» meer vervoegingen van uitkijken

spieken, smokkelen, afkijken {ww.}
spieken
smokkelen
afkijken {ww.}

ik zal afkijken
jij zult afkijken
hij/zij/het zal afkijken

ik zal spieken
jij zult spieken
hij/zij/het zal spieken
» meer vervoegingen van spieken



Gerelateerd aan afkijken

spieken - uitkijken - smokkelenbeschouwen - aanleren - blikken - frauderen - overschrijven