Vertaling van zuipen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zuipen {ww.}
zuipen {ww.}

ik zuip
jij zuipt
hij/zij/het zuipt

ik zuip
jij zuipt
hij/zij/het zuipt
» meer vervoegingen van zuipen

buizen, hijsen, tetteren, lampetten, fleppen, feppen, zuipen {ww.}
buizen
hijsen
tetteren
lampetten
fleppen
feppen
zuipen {ww.}

ik buis
jij buist
hij/zij/het buist

ik buis
jij buist
hij/zij/het buist
» meer vervoegingen van buizen



Gerelateerd aan zuipen

buizen - hijsen - tetteren - lampetten - fleppen - feppendrinken