Vertaling van tetteren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tetteren {ww.}
tetteren {ww.}
ik tetter
jij tettert
hij/zij/het tettert
ik tetter
jij tettert
hij/zij/het tettert
» meer vervoegingen van tetteren
tetteren {ww.}
tetteren {ww.}
ik tetter
jij tettert
hij/zij/het tettert
ik tetter
jij tettert
hij/zij/het tettert
» meer vervoegingen van tetteren
buizen, hijsen, tetteren, lampetten, fleppen, feppen, zuipen {ww.}
buizen
hijsen
tetteren
lampetten
fleppen
feppen
zuipen {ww.}
hijsen
tetteren
lampetten
fleppen
feppen
zuipen {ww.}
ik buis
jij buist
hij/zij/het buist
ik buis
jij buist
hij/zij/het buist
» meer vervoegingen van buizen