Vertaling van became
I became
you became
he/she/it became
ik werd
jij werd
hij/zij/het werd
» meer vervoegingen van worden
I became
you became
he/she/it became
ik werd
jij werd
hij/zij/het werd
» meer vervoegingen van worden
raken
geraken
treden
vallen
I became
you became
he/she/it became
ik kwam
jij kwam
hij/zij/het kwam
» meer vervoegingen van komen
I became
you became
he/she/it became
ik ging
jij ging
hij/zij/het ging
» meer vervoegingen van gaan
I became
you became
he/she/it became
ik ontstond
jij ontstond
hij/zij/het ontstond
» meer vervoegingen van ontstaan
Voorbeelden in zinsverband
He became a policeman.
Hij is politieagent geworden.
He became rich.
Hij werd rijk.
They became very nervous.
Ze werden erg nerveus.
She became very ill.
Ze werd heel ziek.
We immediately became friends.
We werden onmiddellijk vrienden.
He became a pianist.
Hij werd pianist.
She became happy.
Ze werd gelukkig.
Tom became depressed.
Tom werd depressief.
He became famous.
Hij werd beroemd.
The game became exciting.
Het spel werd spannend.
She became a nurse.
Ze werd verpleegster.
He became a great musician.
Hij is een geweldige musicus geworden.
My brother became an engineer.
Mijn broer is ingenieur geworden.
All of her songs became hits.
Al haar liedjes werden hits.
It became difficult to find buffalo.
Het werd moeilijk om buffels te vinden.