Vertaling van happened,
voorkomen
vóórkomen
voorvallen
geschieden
aan de hand zijn
I happened
you happened
he/she/it happened
ik voorkwam
jij voorkwam
hij/zij/het voorkwam
» meer vervoegingen van voorkomen
I happened
you happened
he/she/it happened
ik verstoffelijkte
jij verstoffelijkte
hij/zij/het verstoffelijkte
» meer vervoegingen van verstoffelijken
I happened
you happened
he/she/it happened
ik vond
jij vond
hij/zij/het vond
» meer vervoegingen van vinden
voordoen
optreden
voorvallen
I happened
you happened
he/she/it happened
ik voorkwam
jij voorkwam
hij/zij/het voorkwam
» meer vervoegingen van voorkomen
executeren
I happened
you happened
he/she/it happened
ik voltrok
jij voltrok
hij/zij/het voltrok
» meer vervoegingen van voltrekken
I happened
you happened
he/she/it happened
ik ging door
jij ging door
hij/zij/het ging door
» meer vervoegingen van doorgaan
I happened
you happened
he/she/it happened
ik zeurde door
jij zeurde door
hij/zij/het zeurde door
» meer vervoegingen van doorzeuren
geschieden
omgaan
afspelen
passeren
I happened
you happened
he/she/it happened
ik ging om
jij ging om
hij/zij/het ging om
» meer vervoegingen van omgaan
I happened
Voorbeelden in zinsverband
Suddenly, something unexpected happened.
Plotseling gebeurde er iets onverwachts.
I wonder what happened.
Ik vraag me af wat er gebeurd is.
It never happened.
Het is nooit gebeurd.
What happened to him?
Wat is er met hem gebeurd?
That happened three days ago.
Dat is drie dagen geleden gebeurd.
Well, stranger things have happened.
Nou, er zijn wel vreemdere dingen gebeurd.
You look terrible. What happened?
Wat zie je er vreselijk uit, wat is er gebeurd?
I cannot understand what happened.
Ik kan niet begrijpen wat er is gebeurd.
The accident happened two hours ago.
Het ongeval gebeurde twee uur geleden.
It happened on the 1st of May.
Dat was op de eerste mei.
Something must have happened to Bob yesterday.
Er moet gisteren iets gebeurd zijn met Bob.
The accident happened the day before yesterday.
Het ongeluk is eergisteren gebeurd.
It seems that something has happened.
Blijkbaar is er iets gebeurd.
That accident happened near his house.
Dat ongeluk gebeurde vlakbij zijn huis.
All that has happened before, and will happen again.
Dat is allemaal al eens eerder gebeurd, en het zal opnieuw gebeuren.