Vertaling van march
Inhoud:
Engels
Nederlands
to march, to parade, to march past {ww.}
defileren
I march
you march
we march
ik defileer
jij defileert
wij defileren
» meer vervoegingen van defileren
My birthday is on March 22.
Mijn verjaardag is 22 maart.
I was born in Barcelona on March 23, 1969.
Ik ben geboren op 23 maart 1969, in Barcelona.
I march
you march
we march
ik loop
jij loopt
wij lopen
» meer vervoegingen van lopen
Can you walk?
Kan je lopen?
The baby is able to walk.
De baby kan lopen.
to march {ww.}
opmarcheren
they march
zij marcheren op
» meer vervoegingen van opmarcheren
to march {ww.}
marcheren
I march
you march
we march
ik marcheer
jij marcheert
wij marcheren
» meer vervoegingen van marcheren
march, marching music {zn.}
marsmuziek
march, marching music {zn.}
mars
marcia
marcia
march, marching {zn.}
marstempo
march, marching {zn.}
parademars
march, marching music {zn.}
parademars
march, marching {zn.}
mars
march, marching {zn.}
marstempo
mar, march {zn.}
maart
lentemaand
lentemaand
I was born on 23 March 1969 in Barcelona.
Ik ben geboren op 23 maart 1969, in Barcelona.
In March, the ground is still too cold to plant anything in the garden.
In maart is de grond nog te koud om iets in de tuin te planten.
border district, borderland, march, marchland {zn.}
grensgebied
border district, borderland, march, marchland {zn.}
grensgebied
randgebied
randgebied
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
My birthday is on March 22.
Mijn verjaardag is 22 maart.
I was born in Barcelona on March 23, 1969.
Ik ben geboren op 23 maart 1969, in Barcelona.
I was born on 23 March 1969 in Barcelona.
Ik ben geboren op 23 maart 1969, in Barcelona.