Vertaling van matter
verrotten
schelen
verrekken
I matter
you matter
we matter
ik maak uit
jij maakt uit
wij maken uit
» meer vervoegingen van uitmaken
meetellen
gelden
spelen
meespreken
I matter
you matter
we matter
ik tel
jij telt
wij tellen
» meer vervoegingen van tellen
Voorbeelden in zinsverband
It doesn't matter.
Het maakt niet uit.
It doesn't matter anymore.
Het maakt niet meer uit.
To make matter worse, it began to rain.
Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was begon het ook nog eens te regenen.
No matter what he says, don't trust him.
Wat hij ook zegt, vertrouw hem niet.
I can't agree with them on this matter.
Hierover kan ik het met hem niet eens zijn.
What's the matter with you? You look pale.
Wat scheelt er met je? Je ziet er bleek uit.
It doesn't matter very much which college you graduated from.
Het maakt niet veel uit aan welke hogeschool je afgestudeerd bent.
I have nothing to do with this matter.
Ik heb niets met die zaak te maken.
It doesn't matter to me whether she lives in the city or in the countryside.
Het maakt me niet uit of ze in de stad of op het platteland woont.
No matter how fast you may walk, you can't catch up with him.
Het maakt niet uit hoe snel je wandelt, je kan hem niet inhalen.