Vertaling van thing

Inhoud:

Engels
Nederlands
thing, item, something, stuff {zn.}
ding  [o]
voorwerp 
Let me say one thing.
Laat mij een ding zeggen.
You just have to promise me one thing.
Je moet me alleen één ding beloven.
article, object, thing, subject {zn.}
ding  [o]
onderwerp
mikpunt
object
voorwerp 
I have no idea how to use this thing.
Ik heb geen idee hoe je dit ding moet gebruiken.
There's only one thing we can do now!
Er is slechts één ding dat we kunnen doen nu!
affair, business, case, matter, issue, question, thing {zn.}
zaak 
ding  [o]
aangelegenheid  [v]
affaire  [v]
To know is one thing, and to do is another.
Weten is één ding, het ook doen is heel wat anders.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

You did the right thing.

Je hebt het juiste gedaan.

Innocence is a beautiful thing.

Onschuld is een schone zaak.

Let me say one thing.

Laat mij een ding zeggen.

Tom wondered the same thing.

Tom vroeg zich hetzelfde af.

This technology is an incredible thing!

Deze technologie is iets ongelofelijks.

How dare you say such a thing!

Hoe durf je zoiets zeggen?

I almost understood the entire thing!

Ik begreep het bijna helemaal!

That's the stupidest thing I've ever said.

Dat is het domste wat ik ooit gezegd heb.

You can find the same thing anywhere.

Ge kunt hetzelfde om het even waar vinden.

Such a thing can't happen in Japan.

Zoiets kan in Japan niet gebeuren.

Watch him and do the same thing.

Kijk naar hem en doe hetzelfde.

I have never seen such a thing.

Ik heb nog nooit zoiets gezien.

What is this thing used for?

Waarvoor wordt dit gebruikt?

Give me a reason for doing such a thing.

Geef mij één reden om zoiets te doen.

You're the best thing that's ever happened to me.

Jij bent het beste wat me ooit overkomen is.


Gerelateerd aan thing

item - something - stuff - article - object - subject - affair - business - case - matter - issue - question