Betekenis van:
agriculture

agriculture
Zelfstandig naamwoord
  • teelt van gewassen op het veld
  • agriculture considered as an occupation or way of life

Synoniemen

Hyperoniemen

agriculture
Zelfstandig naamwoord
  • als economische sector
  • the practice of cultivating the land or raising stock

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agriculture
Zelfstandig naamwoord
  • verbouw van gewassen; bedrijfstak v.d. landbouw
  • the practice of cultivating the land or raising stock

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agriculture
Zelfstandig naamwoord
  • gemechaniseerde fokkerij
  • a large-scale farming enterprise

Synoniemen

Hyperoniemen

agriculture
Zelfstandig naamwoord
    • the practice of cultivating the land or raising stock

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    agriculture
    Zelfstandig naamwoord
      • the federal department that administers programs that provide services to farmers (including research and soil conservation and efforts to stabilize the farming economy); created in 1862

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      agriculture
      Zelfstandig naamwoord
        • the class of people engaged in growing food

        Hyperoniemen

        agriculture
        Zelfstandig naamwoord
        • landbouwindustrie, agro-industrie
        • a large-scale farming enterprise

        Synoniemen

        Hyperoniemen