Betekenis van:
bark

to bark
Werkwoord
  • het voor honden kenmerkende geluid laten horen
  • make barking sounds
"The dogs barked at the stranger"

Hyperoniemen

Hyponiemen

to bark
Werkwoord
    • speak in an unfriendly tone
    "She barked into the dictaphone"

    Hyperoniemen

    to bark
    Werkwoord
      • tan (a skin) with bark tannins

      Hyperoniemen

      to bark
      Werkwoord
        • cover with bark

        Hyperoniemen

        to bark
        Werkwoord
          • remove the bark of a tree

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • schors van een boom
          • tough protective covering of the woody stems and roots of trees and other woody plants

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • zeilschip
          • a sailing ship with 3 (or more) masts

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • boomschors
          • a sailing ship with 3 (or more) masts

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • blafhoest
          • a sailing ship with 3 (or more) masts

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • hondegeblaf
          • the sound made by a dog

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • blaf
          • a noise resembling the bark of a dog

          Hyperoniemen

          bark
          Zelfstandig naamwoord
          • geblaf, gekef
          • the sound made by a dog

          Hyperoniemen

          Hyponiemen