Betekenis van:
skin

skin
Zelfstandig naamwoord
  • huid onder de opperhuid
  • a natural protective body covering and site of the sense of touch
"your skin is the largest organ of your body"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

skin
Zelfstandig naamwoord
  • afgeschrabde huid van een varken, met name zoals die aan het vlees of spek daarvan zit
  • a natural protective body covering and site of the sense of touch
"your skin is the largest organ of your body"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

skin
Zelfstandig naamwoord
  • buitenste weefsellaag van organismen
  • a natural protective body covering and site of the sense of touch
"your skin is the largest organ of your body"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

skin
Zelfstandig naamwoord
  • vliesachtig omhulsel van vruchten, worst enz.
  • body covering of a living animal

Synoniemen

Hyperoniemen

skin
Zelfstandig naamwoord
  • bast van een tak of twijg
  • body covering of a living animal

Synoniemen

Hyperoniemen

skin
Zelfstandig naamwoord
    • a person's skin regarded as their life
    "he tried to save his skin"

    Hyperoniemen

    skin
    Zelfstandig naamwoord
      • an outer surface (usually thin)
      "the skin of an airplane"

      Hyperoniemen

      skin
      Zelfstandig naamwoord
      • zaadhulsel
      • a natural protective body covering and site of the sense of touch
      "your skin is the largest organ of your body"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      skin
      Zelfstandig naamwoord
      • zaadhuid, zaadvlies
      • a natural protective body covering and site of the sense of touch
      "your skin is the largest organ of your body"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      skin
      Zelfstandig naamwoord
        • a bag serving as a container for liquids; it is made from the hide of an animal

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • dierehuid
        • body covering of a living animal

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • schietschop
        • the rind of a fruit or vegetable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • schieter
        • the rind of a fruit or vegetable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • schilletje
        • the rind of a fruit or vegetable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • vanghut
        • body covering of a living animal

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        skin
        Zelfstandig naamwoord
        • schietplank, bakkersschotel, ovenpaal, schieter, schietschop
        • the rind of a fruit or vegetable

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to skin
        Werkwoord
        • krabbend verwijderen
        • bruise, cut, or injure the skin or the surface of
        "The boy skinned his knee when he fell"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
        • vallend verwonden
        • bruise, cut, or injure the skin or the surface of
        "The boy skinned his knee when he fell"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
        • licht verwonden
        • bruise, cut, or injure the skin or the surface of
        "The boy skinned his knee when he fell"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
        • al lopend stukmaken
        • bruise, cut, or injure the skin or the surface of
        "The boy skinned his knee when he fell"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
        • van de schil ontdoen
        • strip the skin off

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to skin
        Werkwoord
        • klimmen
        • climb awkwardly, as if by scrambling

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
        • schaven
        • bruise, cut, or injure the skin or the surface of
        "The boy skinned his knee when he fell"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to skin
        Werkwoord
          • remove the bark of a tree

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to skin
          Werkwoord
          • afvijlen
          • strip the skin off

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to skin
          Werkwoord
          • ontvellen
          • strip the skin off

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen