Betekenis van:
smooth

smooth
Bijvoeglijk naamwoord
  • slepend en dweperig; slijmerig
  • lacking obstructions or difficulties
"the bill's path through the legislature was smooth and orderly"

Hyperoniemen

smooth
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet druk
  • (of a body of water) free from disturbance by heavy waves
"a smooth channel crossing"

Synoniemen

smooth
Bijvoeglijk naamwoord
  • bewegend; niet in beweging
  • (of a body of water) free from disturbance by heavy waves
"a smooth channel crossing"

Synoniemen

Hyperoniemen

smooth
Bijvoeglijk naamwoord
  • van muziek
  • (music) without breaks between notes; smooth and connected

Synoniemen

Hyperoniemen

smooth
Bijvoeglijk naamwoord
    • of motion that runs or flows or proceeds without jolts or turbulence
    "a smooth ride"
    smooth
    Bijvoeglijk naamwoord
      • having a surface free from roughness or bumps or ridges or irregularities
      "smooth skin"
      "a smooth tabletop"
      smooth
      Bijvoeglijk naamwoord
        • smoothly agreeable and courteous with a degree of sophistication
        "the manager pacified the customer with a smooth apology for the error"

        Synoniemen

        smooth
        Bijvoeglijk naamwoord
          • smooth and unconstrained in movement
          "a long, smooth stride"

          Synoniemen

          smooth
          Bijvoeglijk naamwoord
            • of the margin of a leaf shape; not broken up into teeth
            to smooth
            Werkwoord
            • gladden, gladmaken
            • make smooth or smoother, as if by rubbing
            "smooth the surface of the wood"

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to smooth
            Werkwoord
            • wegmasseren
            • free from obstructions
            "smooth the way towards peace negotiations"

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            to smooth
            Werkwoord
            • gladslijpen
            • make (a surface) shine

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to smooth
            Werkwoord
            • uitpoetsen
            • make (a surface) shine

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to smooth
            Werkwoord
            • slijpen
            • make (a surface) shine

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            smooth
            Zelfstandig naamwoord
              • the act of smoothing
              "he gave his hair a quick smooth"

              Hyperoniemen